t*log

t*log

Wat is t·log?

In t·log lees je mijn visie op de wereld, en met name mijn wereld, hoe bescheiden die ook moge zijn ...

Woensdag 21 september 2011

NederbergenserPosted by -t- 22 Sep, 2011 00:51
Alweer een week verder. Weinig nieuws, maar dat heeft mij nooit weerhouden om slap te oude-hoedemakeren.
Voor ik 't vergeet: gefeliciteerd, grootzusje. In het noors heb je 't over storesøster en lillebror, maar als ik daarmee in het nederlands aankom, doet het opeens aan grootmoeder denken. Maar zo is 't niet bedoeld, hoor.

Ik heb de laatste tijd regelmatig last van mijn rug. Onderin om precies te zijn. Ik heb daar een theorie over, of eigenlijk zelfs twee. Wanneer ik niet aan 't werk ben, pleeg ik achter mijn pc te zitten. Deed ik voorheen ook al, maar nu komt het mij voor dat de verhouding tussen de hoogte van de stoel en die van mijn eettafel suboptimaal is. Ik zit verkeerd aan mijn tafel. En als je dat langere tijd achtereen doet, kan je last van je rug krijgen. En volgens theorie Twee kan die verkeerde houding bevorderd worden doordat mijn leesbril onvoldoende mijn blik verruimt, zodat ik dichterbij het scherm moet zitten om letters en plaatjes scherp op mijn netvlies te krijgen. Hetgeen dus ook uitmondt in verkeerd zitten. Het punt is dat het zitten aan de tafel op zichzelf niet zo problematisch is, maar wanneer ik opsta om iets te nuttigen, of een biertje te halen (eentje op een avond, nog geen alcoholisme) of te lozen, of om in de buitendeuropening een peukje te doen, dan heb ik buitengemeen veel moeite om rechtop te komen en te blijven.

Afgelopen zondag heb ik me vermand en mijzelf gedwongen (nou ja, niet helemaal overdrijven: het was mijn eigen keuze) om een stuk te gaan wandelen. Het is sowieso goed om eens wat andere bewegingen te maken dan alleen maar stilzitten. Stilzitten kenmerkt zich - zoals de naam al doet vermoeden - door afwezigheid van beweging. Nietwaar?

Onze stad is sinds vorig jaar de eigenaar van een bybane (by is stad, bane is baan, een spoorvehikel dat in het nederlands met de term sneltram wordt aangeduid). De Bybanen gaat van de stad naar Nesttun, ooit een dorpje op het platteland, maar nu geïntegreerd in het grote Bergen, circa 15 km van het centrum. Veel tegenstand in de aanloopfase, dit jaar in Bergens Tidendes jaarlijkse verkiezing van Bergens Beste genomineerd in de categorie Beste nieuwkomer, samen met Kim Ojo van FC Brann. Die Bybanen dus wordt verlengd, van Nesttun naar Lagunen, het grote winkelcentrum aan de voet van "mijn" berg. Het traject gaat grotendeels langs de Fanaveg, en die weg is in verband met de werkzaamheden van ergens in april tot begin oktober afgesloten voor alle verkeer. En omdat die heropeningdatum toch al aardig in zicht komt, was ik nieuwsgierig naar de stand van zaken. Vandaar dat mijn wandeltocht langs de Fanaveg ging, naar Nesttun. Hoe ze in hemelsnaam die Fanaveg op 3 oktober weer willen openstellen is mij een raadsel: er moet nog een voetgangersbrug gebouwd worden, er moeten nog twee tunnels geboord worden (jaja, ze zijn wel begonnen maar volgens mij zijn ze nog niet "door"), er moet nog een onderdoorgang gebouwd worden waar de Bybanen van de linker- naar de rechterkant van de weg gaat. We gaan het zien.

Na drie kwartier wandelen was ik in Nesttun. Was langer dan ik gedacht had, maar wel leuk wandelen. Te voet heb je veel meer mogelijkheid om te zien waar je wandelt, in tegenstelling tot auto- en met name taxirijden: dan moet je letten op wegverkeer, voetverkeer, razende fietsers (die hier op de stoep mogen rijden, en voetgangeroversteekplaatsen misbruiken om voorrang op te eisen wanneer ze de straat willen kruisen), taxameter, en de klant achterin eisen alle hun tol danwel aandacht. In Nesttun heb ik mijn knopen geteld: ik kon een half uur wachten tot de bus mij terug kon rijden van Nesttun naar Sørås, ik kon drie kwartier doorlopen en op die manier thuis geraken.

Ik heb de onhebbelijke gewoonte om bij voorkeur niet dezelfde weg terug te gaan als ik gekomen ben. En aangezien er volgens mijn kaartboekje een weg was naar het Nordåsvannet, en er eigenlijk wel een weg langs het water moest zijn, heb ik de laatste optie gekozen. Onderweg liep ik bij mijzelf te bedenken dat ik even vele keren bij mijzelf heb geconstateerd dat er op die plaatsen waar ik een weg - of in elk geval een doorgangsmogelijkheid - verwachtte, ik slechts een bergwand of een steile afgrond aantrof. Ik heb mijzelf getroost met de gedachte dat - als een dergelijk fenomeen zich voor mijn ogen zou ontpoppen - ik een taxi mocht bellen om mijzelve huiswaarts te laten vervoeren. Na een uur begon ik enige sporen van vermoeidheid waar te nemen: ik, wiens meest intense bezigheid bestaat uit het lopen rond de auto en het inladen van zware reiskoffers. Ik wou even zeggen We dwalen af maar mijn kaartgok bleek onder een gelukkig gesternte te zijn gedaan: geen dwaling derhalve.
Aan het eind van de Sundtsvei, die matig glooiend over de hellingen van Hop meandert, was een keerlus voor de bus (hoewel er niet bijstond welke bus dat was, laat staan wanneer ie waar dan ook naar toe ging, wellicht voorwerk voor de routewijzigingen die per 3 oktober aanstaande in werking treden), en een privéweg die voortzette in de richting van het Nordåsvannet. Over de snelweg, en toen was er een parkeerplaatsje, en in een hoekje een voetpaadje naar beneden. Nieuwsgierig (en richtingsgevoelig) als ik ben, vervolgde ik mijn tocht daarlangs en kwam na een paar minuten uit bij een andere weg, die in de goede (zuidelijke) richting liep. En de huisnummers liepen af, dus ik was op weg naar het begin, en hij daalde af naar het water, dus het zat wel snor. Het bleek inderdaad de Harald Skjoldsveg te zijn, en zo'n vijf minuten later stond ik weer aan de voet van mijn berg. Bovengekomen zijnde gaf mijn horloge aan dat ik anderhalf uur op stap was geweest, hoewel mijn spieren duidden op minstens twee keer zo lang.

Maar volgens mij wilde ik voornamelijk vertellen dat ik door die zere rug moeilijk de slaap kan vatten. Of ik nu op mijn rug, mijn buik, mijn linker- danwel mijn rechterzij lig, ik vind geen positie waarin ik kan ontspannen en in slaap kan vallen. Gisteravond was het zo bont dat ik mijzelf - na lang en lijdzaam tollen - een pijnstiller heb toegediend, en na een half uur ook nog een slaappil. Nee, echt, dit is een uitzondering. Ik kon eindelijk de slaap vatten. En hoe: ik werd, uitgerust dat wel, wakker om 11 uur. Ik had gelukkig geen vroegbestellingen, dus de enige die er last van had was mijn portemonnee. En die heeft het ook wel overleefd, ik kwam vandaag netjes aan mijn streefbedrag. Nou ja, op kr 30 na, na acht uur was het doodstil in de stad. De plaatselijke FC speelde de halve finale van de beker, uit tegen Frederikstad, en dus zat iedereen aan de buis gekluisterd. Ja, de jongens van Brann hebben gewonnen, 2-0, dus ze spelen de Cup final begin november in het Ullevål stadion in Olso.

Moet ik nog meer vertellen? Nee, toch? Verder geen bijzondere dingen. Ik heb een taxameter die regelmatig vastslaat, het is dik herfst aan het worden, met hevige buien tussen de blauwe hemel door, de avond valt steeds eerder (rond 19:30, vandaag is de herfst begonnen dus dag en nacht zijn even lang vandaag), de bladeren kleuren, nou ja, niets bijzonders eigenlijk.

Wordt (vast wel) vervolgd

PS: Opstaan bij vroege dienst om zes uur betekent ook opstaan in 't donker. En het weerpraatje meldt mogelijke sneeuw in het hooggebergte, en morgen een dagtemperatuur van nul graden. We zijn duidelijk op weg naar de Kerst.
PS2: Leest er nog wel eens iemand mee? Ik weet dat lillesøster de berichtgevingen redelijk aktief volgt, maar is er wellicht nóg iemand? Doe eens een berichtje achterlaten, of hier of op Facebook ...



  • Comments(0)//tlog.litz.nl/#post184